De Cursus

  • Roos Vlogman / creative writing / arnhem

Roos Vlogman schrijft proza en poëzie en maakt theater. Ze stond tweemaal in de finale van Write Now!, werd genomineerd voor de Longlist van de Lowlands Schrijfwedstrijd 2014 en droeg voor op o.a. Het Gedichtenbal en de Zwarte Cross. Als afstudeerwerk schrijft zij een verhaal, De cursus, over drie vrouwen van 55+ die in hun vrije tijd een creatieve cursus volgen. Deze vrouwen proberen door middel van kunst hun leven vorm te geven om er zo grip op te krijgen.

 

 

De Cursus

 

Hij ligt al in bed als zij het licht uitknipt, en naast hem gaat liggen. Ze draagt de joggingbroek van de dikke stof en als ze onder de deken schuift, rollen de pijpen zich op tot aan haar knieën, waardoor het voelt alsof haar benen te zwaar zijn geworden om op te tillen; ze gaat weer overeind zitten om de pijpen omlaag te trekken.

 

‘Wat ben je allemaal aan het doen,’ vraagt hij. Hij trekt zijn vrouw naar zich toe, probeert haar tegelijkertijd op haar zij te rollen, zodat hij straks tegen haar rug in slaap kan vallen.

 

‘Laat me,’ zegt zij. Ze voelt hoe zijn handen van haar afglijden naar zijn kant van het bed, langs haar armen, heel kort langs haar borsten. De laatste tijd wordt ze misselijk van zijn aanraking. Haar lichaam spant zich aan als hij haar groet door haar over haar wang te strelen, haar spieren reageren in een reflex, ze staat klaar om weg te duiken, de aanval aan te gaan. Eén keer heeft ze zijn pols vastgegrepen, plots, vermanend, en ze schrok zelf erger dan hij, die er een grap van maakte: door de hand die ze vast had nog eens in een grijpbeweging naar haar borst uit te strekken.

 

Ze voelt zich schuldig. Ze weet dat hij het doorheeft, hoe ze zijn lichaam ontwijkt, of hoe ze wacht tot hij bijna slaapt, zodat ze hem kan strelen, zodat zij bepaalt wanneer wat aangeraakt wordt, zodat ze haar misselijkheid in toom kan houden.

 

Hij weet het. Hij heeft gezien hoe haar pupillen verwijden als hij haar terloops aanraakt, hoe haar kaken verstrakken. Hij begrijpt het niet, maar hij tolereert het, hij gaat haar uit de weg, wacht tot zij toenadering zoekt. Zijn slapende lichaam kent geen tolerantie, zijn slapende lichaam zoekt de warmte van haar lichaam, het zachte vel van haar buik, de elastische huid om haar borsten; en zij laat het heel even toe, omdat ze weet dat hij over een paar minuten werkelijk slaapt en zijn greep dan verslapt en ze zich onder zijn arm door op haar buik kan draaien, waar ze veilig is.

 

De volgende ochtend heeft ze zich uit de joggingbroek gewoeld, zijn hand rust op het midden van haar billen en ze hoort aan zijn trage ademhalen dat hij nog niet wakker is geweest. Over tien minuten gaat de wekker, ziet ze.