Do Pobachenko

  • Lisa Weeda / creative writing / arnhem

Lisa Weeda (1989) schrijft proza en non-fictie. In Utrecht is zij programmamaker bij Mooie Woorden. Werk van haar hand werd onder meer gepubliceerd op De Optimist en in Das Magazin. Voor haar afstudeerproject beschrijft zij de geschiedenis van haar Nederlands-Oekraïense familie. Het levensverhaal van haar grootmoeder Alexandra ‘Sacha’ Temnikowa (1924), die geboren wordt in Oekraïense is de rode draad van de vertelling. Haar turbulente geschiedenis voert van een communistisch Oekraïne naar gedwongen arbeid in Frankfurt am Main tijdens de Tweede Wereldoorlog tot Nederland, waar zij een gezin sticht. Wat maakt deze familie tot unieke familie? Wat doet verdeling en gedwongen afscheid met de verhoudingen? Waarom lijkt het nooit rustig te worden in Oekraïne en wat doet dat met haar bewoners, met de familieleden die onder meer in het bezette oosten wonen? Met deze en andere vragen bestookte zij familieleden in west en oost, dook ze de geschiedenisboeken in en reisde ze af naar familie in Odessa.

 

 

Do Pobachenko – ‘Je kunt niet voor altijd afscheid blijven nemen.’

 

‘Houd je armen de lucht in.’

Sacha steekt haar armen omhoog, knijpt haar ogen dicht. Over het eerste hemd dat oma over haar hoofd trok, gaat een iets wijder hemdje met mouwen en aan de bovenzijde een kraag met donkere knopen.

‘Nicolaj, Ana en je zuster gaan vannacht weg.’

Oma positioneert Sacha’s armen zo, dat het hemdje makkelijk aangaat. Dan volgt het witte jurkje, dat Ana haar vaak op zondag aantrekt, dan een blauwe met een patroon aan de randen van de mouwen.

‘Laten we zoveel mogelijk aantrekken. Dat mag vanavond.’

Oma pakt een trui van een plank en hangt ook een lang vest over haar arm, zoals een chique ober zijn theedoek draagt. Sacha kijkt door de deuropening de woonkamer in. De houtkachel staat niet aan, de luiken van de ramen zijn gesloten. Er is niemand te horen op straat. De dieren op het land zijn stil.

‘Ga op bed zitten.’

Het meisje duwt haar billen de lakens op. Oma pakt drie maillots uit de onderste lade van de bruine kast. Ook legt ze nog een lange witte jurk naast haar kleindochter. Deze is wijder dan het vorige exemplaar. Sacha steekt haar benen vooruit en kijkt hoe haar grootmoeder knielt en de lange slurf stof oprolt als een accordeon. Het dunne pakketje duwt ze weer uit over eerst het linker- en dan het rechterbeen van kleindochter. Nicolaj komt binnen. Hij draagt zijn lange lichtbruine jas, zwarte broek en pet.

‘We gaan bijna,’ zegt hij als hij zijn hoofd om de deur steekt.

Oma klopt haar schoonzoon zacht op zijn schouder en loopt de deur uit.

‘Waarheen vader?’

‘Vannacht lopen we naar Stanitsa Luhanskaja. Mama heeft daar een huis gevonden. We nemen een koe mee, dochtertje.’

Nicolaj trekt zijn broek iets omhoog bij zijn bovenbenen als hij naast Sacha gaat zitten. Oma veegt voor de vierde keer de vloer van de woonkamer aan.

‘Jij blijft bij oma, hier in het dorp. Jullie logeren bij Matvej. Wij Kolakki moeten vertrekken.’

Als hij lacht, kruipt zijn zwarte snor iets omhoog langs zijn wangen. Hij knijpt kort in de wangen van zijn dochter. Na de zomer begint haar eerste schooljaar. Ze zal lid van de pioniers worden. Ze zal een rode das dragen en een herschreven geschiedenis leren, uit de schoolbank opstaan en voor Stalin zingen in de ochtend. Bij haar knieën trekt Sacha de stof van haar witte jurkje omhoog, tilt het op en legt het langzaam neer op de lucht die er onder is gaan liggen, zoals haar moeder dat met het tafellaken doet. Haar vader staat op en kijkt nog even naar het zevenjarige meisje op het bed.

‘Tot snel, dochtertje. Tot snel.’

Schrijven