Eigenzinnig onderzoek

  • Anne-Marie Meertens / Docent Beeldende Kunst en Vormgeving / Honours Programme / Zwolle

Onderzoek voor het Honours Programme

“Als student heb ik altijd een grote behoefte gehad aan theorie én praktijk, aan maken én denken, doen én reflecteren. Na een korte periode aan de universiteit hoopte ik dat aan de docentenopleiding beeldende kunst te vinden. Ik vond het niet helemaal. Het Honours Programme gaf me daarentegen de theoretische verdieping die ik bij mijn opleiding soms miste. Maar ook de mogelijkheid en de tijd om een eigenzinnig onderzoek te doen, wat mijn docentschap en kunstenaarschap verdiepte. Ik vroeg me af: hoe verhouden de theorie en praktijk zich eigenlijk in het kunstonderwijs, en hoe beïnvloeden zij elkaar? Hoe verhouden zij zich in de ideale situatie tot elkaar op de docentenopleiding beeldende kunst en vormgeving?”

 

Verschillen in kennis

“De vraag die ik mij stelde is er niet één waar een sluitend antwoord op bestaat. Dat heeft vooral te maken met de visie die je kunt hebben op het doel van een dergelijke opleiding. Ik heb het antwoord gezocht door eerst te definiëren wat theorie is en wat het betekent binnen het kunstvakonderwijs. Vervolgens heb ik mij toegespitst op de verschillen tussen theorie voor de kunstenaar en theorie voor de kunstvakdocent. Dit verschil heb ik verder uitgewerkt door te kijken naar verschillen in kennis: kennis in de vorm van weten en kennis in de vorm van begrip. Ik schreef uiteindelijk een pleidooi voor het kiezen en het maken, wat ik – als liefhebber van kunsttheorie – eigenlijk niet had verwacht toen ik aan het onderzoek begon.”

 

In de tussentijd

“‘Kunstenaar willen zijn is toch ook een soort ijdelheid’, merkte mijn vader op toen we laatst eens over het Kootwijkerzand liepen om video opnames te maken, ‘alles is er immers al’. Maar niet alles is zichtbaar. Mijn makerschap of kunstenaarschap berust op het zichtbaar maken van wat er is. Het spelenderwijs zoeken naar manieren om de schoonheid van de dingen die zich om ons heen bevinden te laten zien. Ik maak werk dat romantisch is en misschien ver af staat van ‘artistic research’ en het onderzoek dat ik voor het Honours Programme deed. Voor mij is dit net zozeer noodzaak als het denken. Volgend jaar hoop ik allebei te blijven doen: maken in het atelier, denken bij een master Kunstgeschiedenis (Moderne en hedendaagse kunst) aan de Rijksuniversiteit Groningen en lesgeven om anderen deelgenoot te maken van de kennis die ik bij beide opdoe.”